Minister Hermans ontvangt eerste exemplaar van nieuwe Informatiebrief voor Onderzoeksdeelnemers
Minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft vandaag het eerste officiële exemplaar van de nieuwe Informatiebrief voor Onderzoeksdeelnemers (IVO) in ontvangst genomen. De informatiebrief voor mensen die deelnemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek is daarmee vernieuwd, begrijpelijker geschreven, verkort en overzichtelijker vormgegeven.
Taalambassadeur Dicky Gingnagel overhandigde de IVO aan de minister. Daarmee is het document officieel gelanceerd en beschikbaar via de website van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Taalambassadeurs speelden een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de nieuwe informatiebrief. Vanuit hun eigen ervaring weten zij hoe moeilijk het kan zijn om ingewikkelde teksten te begrijpen wanneer lezen en schrijven niet vanzelfsprekend zijn.
Het belang van een goede informatiebrief
Een duidelijke informatiebrief is essentieel bij medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. De wet schrijft voor dat deelnemers goed geïnformeerd toestemming moeten kunnen geven. In de praktijk bleek het bestaande proefpersoneninformatieformulier (PIF) vaak te uitgebreid en ingewikkeld. Ook werden regelmatig verschillende formats gebruikt, wat de beoordeling van onderzoeksvoorstellen bemoeilijkte.
Onderzoeksdeelnemer centraal
Bij de ontwikkeling van de IVO stonden ondezoeksdeelnemers centraal. Het uigangspunt was om informatie over medisch-wetenschappelijk onderzoek zo begrijpelijk, toegankelijk en beknopt mogelijk aan te bieden. Dit heeft geleid tot een kort en helder document in eenvoudig Nederlands, met een overzichtelijk voorblad waarop de belangrijkste informatie is samengevat en ondersteund met pictogrammen. Onderzoekers kunnen het model eenvoudig aanpassen aan hun eigen onderzoek, en deelnemers krijgen sneller inzicht in wat de deelname inhoudt.
Stan van Belkum, directeur van de CCMO: “Ik ben er echt trots op dat we dit samen voor elkaar hebben gekregen. Dit gaat op allerlei vlakken helpen, maar vooral voor de onderzoeksdeelnemers, en daar is het allemaal om begonnen. De lancering is echt een nieuw begin.” Er wordt al gewerkt aan aanvullende versies van de IVO, onder meer voor kinderen van 12 tot 16 jaar en voor zwangere vrouwen. “We hopen op deze manier medisch-wetenschappelijk onderzoek breder toegankelijk te maken. Ook in Europa is veel belangstelling voor de IVO.”
Betrokken partijen
Het model IVO is in opdracht van de CCMO ontwikkeld door IKNL en Pharos, het expertisecentrum gezondheidsverschillen, in samenwerking met de Dutch Clinical Research Foundation (DCRF). Bij de ontwikkeling zijn alle relevante partijen betrokken, waaronder onderzoeksdeelnemers, taalambassadeurs, (ondersteuners van) onderzoekers, sponsoren, subsidieverstrekkers en toetsers. Vanuit IKNL leidde Evelijn Zeijdner het traject.
Vanaf 1 juni in gebruik, verplicht vanaf 2027
De IVO kan vanaf maandag 1 juni 2026 worden gebruikt bij het indienen van medisch-wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Daarmee vervangt de IVO geleidelijk het huidige PIF. Tot 1 januari 2027 geldt een overgangsperiode waarin het PIF nog gebruikt mag worden. Vanaf die datum wordt het gebruik van het IVO-model verplicht bij nieuwe indieningen.
De eerste reacties uit het veld zijn positief. De periode van 1 juni tot 1 november 2026 wordt gebruikt om ervaringen uit de praktijk te verzamelen. Gebruikers kunnen in die periode suggesties doen om het model verder te verbeteren. Eventuele relevante aanpassingen worden verwerkt voor 1 januari 2027.